30-09-06

De Petrissage of Kneding

De petrissage techniek is een greep die vnl. spieren en bloedvaten beïnvloedt.

Deze greep wordt steeds met een bepaalde druk uitgevoerd waardoor de bewegende vloistof beter veplaatst wordt zonder de weke weefsels te kwetsen. Steeds proximaal ( = bovenaan) beginnen en handen verplaatsen naar distaal ( = onderaan). Bij sommige petrissages keert men terug naar boven met een effleurage, bij andere met dezelfde greep. Steeds werken in de richting van de spiervezels, soms ook met afvoerkanalen rekening houden.

De petrissage of kneding werkt ontspannend, tonifiërend en evacuerend.

Soorten petrissage:

  • Gewone petrissage: met 1 of 2 handen. De hand neemt de spier vast tussen de duim langs de ene kant en de vingers langs de andere kant. De hand trekt de spier los van het onderliggende skelet en geeft gelijktijdig een druk naar boven waardoor de bewegende vloeistof naar het midden geduwd wordt. Na enkele seconden laat je de spier zacht los en herbegin je iets naar onder op de spier. Eens onderaan de spier gekomen kom je terug met effleurage. Deze massage techniek pas je enkel toe voor spieren die losliggen van het onderliggend skelet, dus bvb. wel voor de dij spieren, niet voor de arm spieren. Vnl. voor evacuerende massages.
  • Reptielkneden: De 2 handen worden dwars op de spiervezels geplaatst, petrissage1duimen lans 1 kant en vingers langs de andere kant. Handen nemen de spier vast en trekken ze los van het spierskelet en geven gelijktijdig een druk in de tegengestelde zin zodat de spier schuin komt te liggen t.o.v. de lengteas van de spier, nadien de beweging in tegengestelde richting.   Deze massage greep wordt uitgevoerd van boven naar beneden en omgekeerd en is eveneens voor spieren die los liggen van het skelet. Het reptielkneden heeft een tonifiërende werking.
  • Walken: 2 handen dwars op de spiervezels maar in dezelfde richting petrissage2(geen rekbeweging). Met de hiel van de handen duwt men de spier weg over de lengteas van het segment, nadien weer opnemen en langs boven trekt men ze terug naar het vertrekpunt. Wordt uitgevoerd van boven naar beneden op de spier(en) en omgekeerd. Enkel voor dpieren die los liggen van het skelet. Werkt versoepelend en ontspannend.
  • Wisselkneden: Met 2 handen: de bovenste hand dwars over het spierdeel plaatsen en de spier vastnemen tussen duim en vingers, deze hand trekt de spier los van het spierskelet. De onderste hand ligt evenwijdig met de spiervezels en plat op het lichaamsoppervlak, ze drukt de spier naar beneden en geeft gelijktijdig een zachte drukking naar boven. Wordt uitgevoerd van boven naar beneden en terugkomen met een effleurage. Enkel voor spieren die men van het skelet kan lostrekken. Werkt evacuerend.
  • Schuddende petrissage: 2 handen worden plat op de spiervezels kneding2geplaatst in de richting van de spiervezels. Je neemt de spier op met de palm van de handen en gelijktijdig naar boven drukken en onmiddelijk lossen. Deze bewegingen moeten van boven naar onder zeer vlug op elkaar volgen zodat er een golvende beweging door de spier loopt. terugkomen met een effleurage. Wordt toegepast op spieren die los liggen van het skelet. Werkt ontspannend.
  • Petrissage met vingertoppen: Een deel van het te behandelen oppervlak wordt vastgenomen door de duim langs een kant en de vingers langs de andere kant. De spieromhoog trekken, gelijktijdig een cirkelvormige beweging in de diepte in de richting van de afvoerkanalen en de verplaatsing van de duim geeft de beweging van de vloeistoffen aan. Wordt uitgevoerd van boven naar beneden en terugkomen met een effleurage. Voor platte spieren, spieren in een osteofibreuze loge en spieren bedekt met een fascia. Werkt evacuerend.
  • Vuist petrissage: Met gesloten vuist een draaibeweging maken waarbij de vuist petrissagerichting afhankelijk is van de afvoerkanalen en in de diepte drukken. De beweging gebeurt vanuit de schouder met gestrekte arm. Bedoeld voor grote, zware spieren (zoals bepaalde rugspieren). Wordt uitgevoerd van boven naar onder en terugkomen met een effleurage.

FYSIOLOGISCHE WERKING:

  • Zacht uitgevoerd: pijnstillend en ontspannend
  • Intenser uitgevoerd: prikkelend, maar sterker dan bij de effleurage, beïnvloed vnl. de spieren: prikkelt samentrekbaarheid, bevordert de bloedcirculatie, verbetert de voeding van de spieren, verbetert de verwijdering van afvalstoffen en verhoogt de levensenergie van de spiercellen.

25-09-06

De Effleurage of Strijking

Is het verschuiven van de vlakke hand of een gedeelte van de hand op het te masseren lichaamsoppervlak.

De richting waarin de hand zich verplaatst is meestal centripetaal, soms centrifugaal of in het verloop van de spiervezels. Uitzonderlijk wordt op de vezels dwars geëffleureerd.

Eerst gezonde en dan zieke weefsels.

 

 

Intensiteit:

  • Begin en einde: zacht
  • Tussenin: progressief stijgende intensiteit

Hand moet soepel glijden over het lichaamsoppervlak.

Effleurage geeft men altijd in 't begin, soms op het einde. Eventueel tussen andere grepen in.

Soorten effleurage:

- vlakke effleurage: met palmaire zijde van de hand; vingers soepel gestrekt en licht gespreid.

 

 

 

  • In lengterichting op de spiervezels: de ene hand volgt de andere op, meestal van distaal (onder) naar proximaal (boven).
  • Ook loodrecht op de vezels: de handen overkruisen elkaar.
  • Wordt gebruikt voor het behandelen van grote lichaamsoppervlakken (bvb. de rug)

- bracelet effleurage: Handen in ringvorm rond arm of been.

- met hiel van de hand: Men drukt hierbij in de diepte zoadt de intesiteit verhoogt; wordt gebruikt voor spieren bedekt met een fascia of spieren in een osteofibreuze loge + pezige loge. (Denk hierbij aan verschillende spiergroepen die aanhechten op een beperkte oppervlakte: bvb. de hand en onderarm)

- met de dorsale (rug) zijde van de vingers of kneukeleffleurage: Beginnen met een palmair gebogen pols en op het einde de pols strekken; intensiteit ligt hoger; voor spieren bedekt met een fascia of spieren in een soteofibreuze loge of pezige structuren.

 

 

 

- met vingertoppen: Met palmaire (binnen) zijde van de vingertoppen (1 of meer); voor kleine oppervlakken (bvb. aangezicht, tenen, hand)

 

 

 

FYSIOLOGISCHE UITWERKING

  • Indien zacht uitgevoerd: ontspannend en pijnstillend
  • Indien intenser uitgevoerd: werkt prikkelend of stimulerend
  1. Huid: veroorzaakt een hyperaemie in de huid en wordt zichtbaar door roodverkleuring. Lokaal wordt de voedingstoestand verbeterd, temperatuut stijgt met 5°, het herstelproces van de epidermis (= bovenste deel van de huid) wordt geprikkeld en zo wordt atrofie bestreden.
  2. Zenuwstelsel: werkt in op de prikkelbaarheid van de gevoelsuiteinden. Bij gewone druk : daling van de prikkelbaarheid. Bij sterke druk: stijging van de prikkelbaarheid.
  3. Bloedsomloop: enkel uitwerking met effleurage met zekere druk. Invloed op de doorbloeding. Druk op de spieren: invloed op bloedvaten én op de lymfevaten (verwijderen van afvalstoffen).

24-09-06

Houding masseur

 

 

Kies een gemakkelijke houding die de massage niet benadeelt.

  • Stel het materiaal zo op dat de masseur vrij kan bewegen en niet teveel voorwaarts moet buigen (dit is niet goed voor de lendenspieren).
  • Zorg ervoor dat je goed kan ademen.
  • Spaar je beenspieren en voorkom vermoeidheid in de benen door zoveel mogelijk zittend te werken en een regelbaar stoeltje te gebruiken.
  • Draag degelijke schoenen.
  • Verzorg je benen: stimuleer de bloedsomloop in de onderste ledematen door je voeten te baden in fris water of een straal koud water op de benen te zetten en eenvoudige voetoefeningen uit te voeren.
  • Opmerking: Bij langdurig voorover buigen: compressie op de thorax ( = borstkas), wat de ademhaling belemmert; dit werkt rugklachten in de hand.

Houding van de gemasseerde

Breng de te masseren persoon in een zo ontspannen mogelijke houding,  maar hou rekening met de ontspannen toestand van de te masseren spieren en capsula, ligamenten en spieren die het gewricht kruisen.

Spiermassages:

  • Behandeling van spieren aan de buikzijde: ruglig met kussen onder hoofd en knieën of halfzit.
  • Rugmassages: Bij voorkeur in voorlig met kussen onder buik en wreef, armen naast lichaam en licht geabduceerd of gebogen met handen onder hoofd en ellebogen onder schouderhoogte.  Zithouding voor de tafel, ellebogen op tafel, hoofd gesteund in de handen. Dit is een goede houding voor hartpatiënten en ouderen, maar is ook geschikt voor nek massages en lenden massages. Rompsvoorlig met benen gebogen en knieën op een laag stoeltje gesteund: geschikt voor lenden massages met Low Back Pain (LBP).

 

  • Indien buiklig en voorlig onmogelijk zijn: zijlig. De gemasseerde is in evenwicht indien de bovenste knie gebogen en naar voor op de tafel ligt, het onderste been soepel gestrekt is, de onderste arm bij voorkeur achetr het lichaam ligt en de bovenste armgebogen in rust ventraal op de tafel ligt.

 

 

 

 

  • Afvoerende beenmassage: ruglig, benen geheven en voeten gesteund op de schouder van de masseur.
  • Massage van de armen en schouders: zijdelingse zit aan tafel, arm licht zijdelings geheven, elleboog gebogen en voorarm op tafel gesteund.

Gewrichtsmassages:

  • Massage van de elleboog: half gebogen houding en voorarm naar binnen gedraaid voor de rugzijde van de elleboog, voorarm naar buiten gedraaid voor de binnenzijde van de elleboog.
  • Pols: in soepel gestrekte houding.
  • Massage van de heup: wordt niet vaak gemasseerd, omdat het overdekt ligt door zware spieren; bij massage: heup in 120° flexie ( = 120° gebogen), abductie ( = zijdelings geheven) en exorotatie ( = naar buiten gedraaid).
  • Knie: licht gebogen
  • Enkel: voet lichtjes naar onder gebogen.

De gemasseerde persoon mag geen kleren dragen die de bloedsomloop belemmeren. Dus geen strakke kledij!