07-10-06

Het Klappen of De Klappering ( tapotement )

De Klappering

tapotementDe Klappering is een op- en neergaande beweging van de handen, uitgaande van de pols, waarbij de handen van dorsaal naar palmair en omgekeerd worden verplaatst. De handen staan loodrecht op de lengterichting van de spiervezels.

Soorten Klapperingen

  • Met vlakke hand: Handen soepel gestrekt, d.w.z. handpalmen licht uitgehold. Men beklappert het lichaamsoppervlak met de palmaire zijde van de handen. De handen worden zeer weinig van het lichaamsoppervlak verwijderd. De handen telkens heffen en laten vallen.. De greep wordt gebruikt voor grote oppervlakken.
  • Klappering à air comprimé: Klappering met de palmaire zijde van de handen. Zij vormen een koepel met top t.h.v. de basis van de derde vinger. Vingers aaneengesloten, soepel gestrekt, duim sluit aan bij de hand. Door de koepel wordt lucht ingesloten bij de klappering tussen de handen en het te behandelen oppervlak en zodanig wordt de greep minder intesief. Deze greep is bedoeld voor lichaamsoppervlakken die voorzichtig moeten behandeld worden (bvb. abdomen = buik).
  • Klappering met de vingertoppen:        Pianoteren: Pianoteren wordt uitgevoerd met de ene vingertop na de andere (palmaire zijde), vingers licht gebogen. Het is een zachte vorm, gebruikt voor kleine spieren, zoals bij de spieren van het aangezicht.       Percussie: Percussie wordt uitgevoerd met alle vingers samen. De zachte vorm gebeurd met de palmaire zijde van de vingertoppen, de vingers licht gebogen. Wordt gebruikt voor kleine spieren. De harde vorm gebeurt met de vingers gestrekt. Deze greep wordt gebruikt voor spieren in een osteofibreus kanaal en voor pezige stroken (bvb. M. tensor fasciae latae, gelegen aan op de laterale zijde van de heup).
  • Klappering met de vuist: Gebeurt met de sorsale zijde van de twee laatste gestekte vingerkootjes. Wordt gebruikt voor grote, zware spieren.

FYSIOLOGISCHE UITWERKING:

  • Invloed op doorbloeding:      intensief: vasodilatie (verbreden van de bloedvaten)    zacht: vasoconstrictie (samentrekken van de bloedvaten)
  • Invloed op spierweefsel: bevordert de contractie, vnl. door de elastische schok die de vezels tijdens de greep ondergaan. Deze invloed voelt men over de ganse spier.
  • Invloed op de zenuwuiteinden: verlaagt de prikkelbaarheid

De commentaren zijn gesloten.