10-02-07

Contra-indicaties voor Massage: wanneer geen massage toepassen?

  1. Teveel Pijn: De afweerspanning wordt zo groot dat massage zinloos is.
  2. Bij koorts: De stofwisseling is verhoogd en door massage zal deze nog stijgen zodat de koorts stijgt (uitzondering: bepaalde ademhalingsstoornissen zoals mucovisidose)
  3. Gezwellen: Kwaadaardig: gevaar van metastasering. Goedaardig: door massage wordt het proces aangewakkerd.
  4. Open wonden: Geen massage op de wonden omwille van infectiegevaar. Wel massage rondom de wonde omwille van verbetering van de doorbloeding, wat de genezing bevordert.
  5. Huidziekten: Besmettelijk: gevaar van besmetting en uitbreiding. Niet besmettelijk: prikkeling proces. Ontsteking: prikkeling proces.
  6. Chronische infectieziekten: Gevaar van prikkeling van het proces en kans voor het bevorderen van een nieuwe acute fase.
  7. Op groeikraakbeen bij kinderen
  8. Spastische verlammingen: Want de oorzaak ligt centraal en massage verhoogt de spasticiteit. Wordt wel behandeld met speciale technieken bestemd voor een gespecialiseerde therapeut.
  9. Reumatische aandoeningen: zolang de oorzaak onbekend is.
  10. Varices of Spataders: Niet rechtstreeks op de varices masseren, wel proximaal indien het segment in goede staat is.

06-02-07

Indicaties voor Massage: wanneer massage toepassen?

Wanneer is massage toegewezen en wat zijn precies de indicaties waarbij een massage kan helpen. Hieronder een klein overzicht.

  1. Orthopedische aandoeningen: Massage is opwarmend (hyperaemiserend) en kan dienen als voorbereiding op oefentherapie en is ontspannend en kalmerend bij pijn.
  2. Posttraumatisch en postoperatief (ook pre-operatief): Tijdens immobilisatie: spieratrofie beperken door tonifiërende massage. Circulatie verbeteren door opwarmende massage. Oedemen (vochtophopingen) bestrijden door een evacuerende massage. Pijn tegengaan door een ontspannende massage.
  3. Ademhalingsstoornissen: Tapotages en vibraties om slijmen (fluimen) los te kloppen en af te voeren. Bij spanning: ontspannende massage op hulpademhalingsspieren.
  4. Reumatische aandoeningen: Enkel massage indien de oorzaak van de reuma bekend is. Massage is hierbij ontspannend tegen pijn en spanningen. De massage warmt de spieren op, waardoor de doorbloeding verbeterd.
  5. Neurologische aandoeningen: Slappe verlammingen: opwarmende massage om doorbloeding te verbeteren en tonifiërende massage om atrofie tegen te gaan. Pijnlijke zenuwen en zenuwplaatsen: kalmerend en pijnstillend.
  6. Circulatiestoornissen: Massage houdt de circulatie op peil.
  7. Stofwisselingsstoornissen: Algemene massage.
  8. Abdominale aandoeningen (aandoeningen van de buikstreek): Pre- en postnatale massages. Slappe buikwandspieren: tonifiërende massage van het abdomen. Constipatie: massage ngl. het geval om de constipatie te verhelpen.