01-10-06

Het Hakken of De Hakkingen (=Tapotement )

De Hakking

De hakking is een op- en neergaande beweging van de handen die uitgaat van het polsgewricht en waarbij de handen in latero-laterale richting van radiaal ( = duimzijde) naar ulnair ( = pinkzijde) en omgekeerd verplaatst worden.

Soorten Hakkingen

  • Handen loodrecht op het te behandelen oppervlak, vingers stijf gestrekt en aaneengesloten, de handen staan dwars op de lengterichting van de spiervezels. Dit is een zeer intense vorm van tapotement en is dan ook enkel geschikt voor grote en zware spieren.
  • Handen evenwijdig met de spiervezels: Betrekkelijk intens, voor betrekkelijk grote, zware spieren.
  • Handen met soepel gestrekte vingers en licht gespreid. De handen staan evenwijdig met de lengterichting van de spiervezels.
  • Met de rugzijde van de 5de vinger. Handen staan in de lengterichting van de spiervezels en in lichte supinatie ( supinatie: de hand wordt naar buiten gedraaid, de duim draait naar boven)

Bij de hakking gebeurt de beweging steeds vanuit de pols en de ellebogen blijven 90° gebogen.

We starten bovenaan het te behandelen lichaamsdeel en gaan zo naar onder, eens onderaan gekomen keren we terug naar boven.

Voor de fysiologische uitwerking verwijs ik naar de klappering.

De Frictie

De frictie massage greep bestaat uit 2 delen:

  • Deel 1: Cirkelvormige beweging ( frictie ) in de diepte met 1 vingertop, frictie vingersmeerdere vingertoppen, hiel van de hand of de vuist zonder verschuiving van de hand of vingers t.o.v. de huid.  DOEL = weefsellagen t.o.v. elkaar verschuiven waardoor vergroeiingen loskomen en pathologische stoffen of ophopingen verbruizeld worden.

 

 

  • Deel 2: Effleurage uitgevoerd door de duim of de vlakke hand om de frictie duimresterende stoffen (afvalstoffen) af te voeren. Daarom is de richting van de effleurage belangrijk, nl. in de richting van het hart om de afvalstoffen in de algemene circulatie te laten opnemen.

TOEPASSINGSGEBIED EN FYSIOLOGIE:

  • Vergroeiingen losmaken
  • Bij littekenvorming: vergroeiingen van opeenvolgende lagen voorkomen
  • Bij spanningen: om de lagen gemakkelijk t.o.v. elkaar te laten verschuiven
  • Bij vochtophoping: vocht afvoeren
  • Prikkelende massage want verhoogt de zenuwprikkelbaarheid

Frictie wordt door veel mensen als erg aangenaam ervaren en is bijzonder doeltreffend bij nek massage, rug massage, schouder massage. Ook voor massage van pijnlijke gewrichten is de frictie een handige massage vorm. Frictie is dan ook een massage vorm die je zeker niet mag overslaan.

30-09-06

De Petrissage of Kneding

De petrissage techniek is een greep die vnl. spieren en bloedvaten beïnvloedt.

Deze greep wordt steeds met een bepaalde druk uitgevoerd waardoor de bewegende vloistof beter veplaatst wordt zonder de weke weefsels te kwetsen. Steeds proximaal ( = bovenaan) beginnen en handen verplaatsen naar distaal ( = onderaan). Bij sommige petrissages keert men terug naar boven met een effleurage, bij andere met dezelfde greep. Steeds werken in de richting van de spiervezels, soms ook met afvoerkanalen rekening houden.

De petrissage of kneding werkt ontspannend, tonifiërend en evacuerend.

Soorten petrissage:

  • Gewone petrissage: met 1 of 2 handen. De hand neemt de spier vast tussen de duim langs de ene kant en de vingers langs de andere kant. De hand trekt de spier los van het onderliggende skelet en geeft gelijktijdig een druk naar boven waardoor de bewegende vloeistof naar het midden geduwd wordt. Na enkele seconden laat je de spier zacht los en herbegin je iets naar onder op de spier. Eens onderaan de spier gekomen kom je terug met effleurage. Deze massage techniek pas je enkel toe voor spieren die losliggen van het onderliggend skelet, dus bvb. wel voor de dij spieren, niet voor de arm spieren. Vnl. voor evacuerende massages.
  • Reptielkneden: De 2 handen worden dwars op de spiervezels geplaatst, petrissage1duimen lans 1 kant en vingers langs de andere kant. Handen nemen de spier vast en trekken ze los van het spierskelet en geven gelijktijdig een druk in de tegengestelde zin zodat de spier schuin komt te liggen t.o.v. de lengteas van de spier, nadien de beweging in tegengestelde richting.   Deze massage greep wordt uitgevoerd van boven naar beneden en omgekeerd en is eveneens voor spieren die los liggen van het skelet. Het reptielkneden heeft een tonifiërende werking.
  • Walken: 2 handen dwars op de spiervezels maar in dezelfde richting petrissage2(geen rekbeweging). Met de hiel van de handen duwt men de spier weg over de lengteas van het segment, nadien weer opnemen en langs boven trekt men ze terug naar het vertrekpunt. Wordt uitgevoerd van boven naar beneden op de spier(en) en omgekeerd. Enkel voor dpieren die los liggen van het skelet. Werkt versoepelend en ontspannend.
  • Wisselkneden: Met 2 handen: de bovenste hand dwars over het spierdeel plaatsen en de spier vastnemen tussen duim en vingers, deze hand trekt de spier los van het spierskelet. De onderste hand ligt evenwijdig met de spiervezels en plat op het lichaamsoppervlak, ze drukt de spier naar beneden en geeft gelijktijdig een zachte drukking naar boven. Wordt uitgevoerd van boven naar beneden en terugkomen met een effleurage. Enkel voor spieren die men van het skelet kan lostrekken. Werkt evacuerend.
  • Schuddende petrissage: 2 handen worden plat op de spiervezels kneding2geplaatst in de richting van de spiervezels. Je neemt de spier op met de palm van de handen en gelijktijdig naar boven drukken en onmiddelijk lossen. Deze bewegingen moeten van boven naar onder zeer vlug op elkaar volgen zodat er een golvende beweging door de spier loopt. terugkomen met een effleurage. Wordt toegepast op spieren die los liggen van het skelet. Werkt ontspannend.
  • Petrissage met vingertoppen: Een deel van het te behandelen oppervlak wordt vastgenomen door de duim langs een kant en de vingers langs de andere kant. De spieromhoog trekken, gelijktijdig een cirkelvormige beweging in de diepte in de richting van de afvoerkanalen en de verplaatsing van de duim geeft de beweging van de vloeistoffen aan. Wordt uitgevoerd van boven naar beneden en terugkomen met een effleurage. Voor platte spieren, spieren in een osteofibreuze loge en spieren bedekt met een fascia. Werkt evacuerend.
  • Vuist petrissage: Met gesloten vuist een draaibeweging maken waarbij de vuist petrissagerichting afhankelijk is van de afvoerkanalen en in de diepte drukken. De beweging gebeurt vanuit de schouder met gestrekte arm. Bedoeld voor grote, zware spieren (zoals bepaalde rugspieren). Wordt uitgevoerd van boven naar onder en terugkomen met een effleurage.

FYSIOLOGISCHE WERKING:

  • Zacht uitgevoerd: pijnstillend en ontspannend
  • Intenser uitgevoerd: prikkelend, maar sterker dan bij de effleurage, beïnvloed vnl. de spieren: prikkelt samentrekbaarheid, bevordert de bloedcirculatie, verbetert de voeding van de spieren, verbetert de verwijdering van afvalstoffen en verhoogt de levensenergie van de spiercellen.

25-09-06

De Effleurage of Strijking

Is het verschuiven van de vlakke hand of een gedeelte van de hand op het te masseren lichaamsoppervlak.

De richting waarin de hand zich verplaatst is meestal centripetaal, soms centrifugaal of in het verloop van de spiervezels. Uitzonderlijk wordt op de vezels dwars geëffleureerd.

Eerst gezonde en dan zieke weefsels.

 

 

Intensiteit:

  • Begin en einde: zacht
  • Tussenin: progressief stijgende intensiteit

Hand moet soepel glijden over het lichaamsoppervlak.

Effleurage geeft men altijd in 't begin, soms op het einde. Eventueel tussen andere grepen in.

Soorten effleurage:

- vlakke effleurage: met palmaire zijde van de hand; vingers soepel gestrekt en licht gespreid.

 

 

 

  • In lengterichting op de spiervezels: de ene hand volgt de andere op, meestal van distaal (onder) naar proximaal (boven).
  • Ook loodrecht op de vezels: de handen overkruisen elkaar.
  • Wordt gebruikt voor het behandelen van grote lichaamsoppervlakken (bvb. de rug)

- bracelet effleurage: Handen in ringvorm rond arm of been.

- met hiel van de hand: Men drukt hierbij in de diepte zoadt de intesiteit verhoogt; wordt gebruikt voor spieren bedekt met een fascia of spieren in een osteofibreuze loge + pezige loge. (Denk hierbij aan verschillende spiergroepen die aanhechten op een beperkte oppervlakte: bvb. de hand en onderarm)

- met de dorsale (rug) zijde van de vingers of kneukeleffleurage: Beginnen met een palmair gebogen pols en op het einde de pols strekken; intensiteit ligt hoger; voor spieren bedekt met een fascia of spieren in een soteofibreuze loge of pezige structuren.

 

 

 

- met vingertoppen: Met palmaire (binnen) zijde van de vingertoppen (1 of meer); voor kleine oppervlakken (bvb. aangezicht, tenen, hand)

 

 

 

FYSIOLOGISCHE UITWERKING

  • Indien zacht uitgevoerd: ontspannend en pijnstillend
  • Indien intenser uitgevoerd: werkt prikkelend of stimulerend
  1. Huid: veroorzaakt een hyperaemie in de huid en wordt zichtbaar door roodverkleuring. Lokaal wordt de voedingstoestand verbeterd, temperatuut stijgt met 5°, het herstelproces van de epidermis (= bovenste deel van de huid) wordt geprikkeld en zo wordt atrofie bestreden.
  2. Zenuwstelsel: werkt in op de prikkelbaarheid van de gevoelsuiteinden. Bij gewone druk : daling van de prikkelbaarheid. Bij sterke druk: stijging van de prikkelbaarheid.
  3. Bloedsomloop: enkel uitwerking met effleurage met zekere druk. Invloed op de doorbloeding. Druk op de spieren: invloed op bloedvaten én op de lymfevaten (verwijderen van afvalstoffen).